Ik belandde dus bij de artikelenserie van Jan Klerk. Ze hebben (alweer enige tijd geleden, vanaf 2008)in Bibliotheekblad gestaan, dat was net in een periode dat ik even iets anders deed, dus voor mij waren ze nieuw. En ik moet zeggen dat ik ze achter elkaar uitgelezen heb. Boeiend, fascinerend, verhelderend zijn voor mij de "tags".
Eigenlijk zou ik ze graag aan het begin van de 23 Dingen hebben willen lezen, als basis. Maar goed, beter laat dan nooit.
Jan Klerk probeert de impact en de praktische mogelijkheden van Bibliotheek 2.0 voor openbare bibliotheken te duiden. En daar is hij naar mijn mening bijzonder goed in geslaagd.
Hij geeft aan dat Bibliotheek 2.0 direct afgeleid is van het begrip Web 2.0. En een belangrijk grondbeginsel van Web 2.0 is het tweerichtingsverkeer, waardoor het ook wel het 'sociale web'genoemd wordt. Iedere internetgebruiker kan zelf publiceren op het web en die gepubliceerde kennis delen met andere gebruikers. De meeste Web 2.0-applicaties zijn bijzonder eenvoudig te hanteren en ook nog eens gratis downloadbaar waardoor grote groepen internetgebruikers wereldwijd met elkaar kunnen communiceren over hun gedeelde interesses.
Naast de toegankelijkheid en het gebruikersgemak zit het succes van Web 2.0 vooral in de schaalgrootte van het verschijnsel. En die grootschaligheid is ook iets om extra bij stil te staan. Web 2.0 houdt zich namelijk niet aan grenzen.
Verder geeft hij aan dat het bij Bibliotheek 2.0 om vijf kernbegrippen gaat:
1.De ontwikkeling van een nieuwe generatie ‘OPAC’ die in open verbinding staat met de rest van het internet en die uitgebreid is met Web 2.0 functionaliteiten zoals ‘tagging’, ‘review&rating’, ‘rss’ en de mogelijkheid om catalogusvondsten te delen met anderen etc.
2.De bibliotheekgebruiker krijgt de kans om mee te denken in de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten en de implementatie daarvan.
3.Bibliotheekgebruikers moeten de kans krijgen om bibliotheekdiensten te personaliseren en naar hun hand te zetten.
4.De integratie van ideeën en concepten van andere disciplines met die van de openbare bibliotheek.
5.Het voortdurend bezig zijn om diensten te verbeteren, veranderen en/of door te ontwikkelen.
Ik vind vooral het tweerichting verkeer, het meedenken van gebruikers, geweldig. En ik kan het niet laten om stieken te grijnzen: stel je even voor hoe de bibliothecaresse van vroeger zou reageren als een klant iets op een caraloguskaartje zou schrijven. Nou zou dat in de praktijk niet echt lekker gaan, want er stak een pin doorheen die alle kaartjes netjes op z'n plaats hield(oh, was die daarvoor bedoeld ...), maar toch. Hel en verdoemenis! Wij hadden de wijsheid in pacht. En de kennis in de kast. We konden het ons veroorloven om rustig af te wachten tot men naar ons toe zou komen. Want dat gebeurde toch wel, concurrenten waren er immers niet.
Weer terug naar Jan Klerk.
De meest concrete omschrijving en beste definitie van de 'nieuwe bibliothecaris' is volgens hem die van Michael Stephens. Deze noemt de bibliothecaris 2.0 'the strategy guide for helping users find information, gather knowledge and create content'. En dit plaatst de bibliothecaris in een fundamenteel andere rol. Niet de man of vrouw die zoekt en vindt of helpt met zoeken en vinden maar de bevlogen professional die klanten leert om voortaan zelf te zoeken en te vinden. En een van de vaardigheden die Stephens noodzakelijk acht voor de Bibliothecaris 2.0 is de volgende:
Bibliothecarissen 2.0 moeten in staat zijn om al hun plannen voor nieuwe producten en diensten af te stemmen op de behoeften van hun bibliotheekgebruikers. Bibliotheken zeggen natuurlijk al jaren dat ze klantgericht willen zijn maar Stephens doelt hiermee op een bibliothecaris die heel direct en interactief samen met de gebruiker naar die afstemming zoekt.
Waar gaat het hierbij naar mijn idee om: dat een klant tevreden naar huis gaat met een boek wat de bibliothecaris voor hem uitgezocht heeft is niet meer voldoende. We moeten de klant juist leren om z'n eigen weg te vinden, niet om het zelf gemakkelijker te hebben, maar om deze klant iets extra's mee te geven waardoor hij op een ander moment, bijvoorbeeld zelf van achter zijn eigen pc, ook dingen kan vinden. En verder is het van belang dat we niet vanuit onze visie producten gaan aanbieden, maar dat we eerst gaan onderzoeken waar eigenlijk behoefte aan bestaat. In de praktijk is het niet mogelijk om iedereen daarvoor te benaderen, maar daarom is ook de indeling in klantgroepen zo handig. Bedenk voor welke groep je iets wilt ondernemen en ga vervolgens gericht aan de slag.
Ook landelijk zouden we hier mee iets mee moeten. Denk bijvoorbeeld aan het gezamenlijk kiezen van het boek voor Nederland Leest. En vervolgens kunnen we dan lokaal aan onze eigen leners vragen welke activiteiten ze daarbij graag zouden zien.
Jan Klerk gaat nog even door ... ik haak hierbij af. Het is mooi geweest voor Ding 22.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten